10 dingen die ik ooit stellig beweerde, maar waar ik op teruggekomen ben
Iedereen heeft bepaalde overtuigingen waarvan je stellig beweert: dit of dat ga ik nooit van z'n leven doen. Of waarvan je zeker weet dat je nooit je mening zou bijstellen. Het afgelopen jaar zijn er toch wat overtuigingen die ik ooit had wat bijgesteld. Lees hieronder welke dat zijn!
1. Dat alle Nederlandstalige muziek bagger is
In mijn puberjaren luisterde ik alleen maar Engelstalige punkrock. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om popmuziek of laat staan Nederlandse muziek te luisteren. Al die zooi van André Hazes, Wolter Kroes, Guus Meeuwis of Jan Smit. Gelukkig bestaat er nog meer dan dat en ben ik er de laatste jaren achter gekomen dat in Nederlandstalige muziek best wel kan waarderen. Zo draai ik alle liedjes van Fokko (ooit bekend van Want Want met Kip Paard Koe) helemaal grijs. Is Stiekem Gedanst van Toontje Lager een lied dat hier regelmatig keihard uit mijn Marshall Emberton boxen galmt en zing ik uit volle borst mee met België van het Goede Doel. Zo slecht zijn sommige Nederlandstalige artiesten dus nog niet. Dus nee, nog steeds ben ik geen fan van volkszangers of bekende namen als Flemming, Suzanne en Freek of Frans Bauer, maar een beetje een uniek genre dat Nederlandstalig gezongen is, daar word ik toch wel blij van!
2. Dat je jezelf elk jaar grote doelen moeten stellen
Bijvoorbeeld het kopen van een huis, het afronden van je studie, promotie maken, een grote reis maken, of een nieuwe auto kopen. Vroeger was ik er van overtuigd dat je een groot doel in je leven moet hebben en dat je veel inzet moet tonen om het te gaan bereiken. Ik ben nog steeds van grote doelen en groot denken, maar dan wel met minder druk erop. Het hoeft niet allemaal in één jaar, met een rotvaart en in grote stappen. Soms zijn kleine stappen juist hetgeen wat nodig is om het grotere doel te behalen. Juist die kleine stappen boden mij meer rust, terwijl die hele grote stappen juist paniek en stress veroorzaakten. Ik heb geleerd om wat minder prestatie- en tijdsdruk op mezelf te leggen en dat kleine stappen om je doel te bereiken ook helemaal oké is.
3. Dat ik sport haat en dat dit niet aan mij is besteed
Vroeger had ik echt een bloedhekel aan alles wat met sport en beweging te maken had. Ik kreeg elke week buikpijn als er weer een gymles op de planning stond, was ontzettend bang voor alle balspellen omdat de jongens uit mijn klas die ballen zo hard op je af schopten of gooiden. Rennen was ook niet aan mij besteed, want wie zou er nu voor zijn lol alleen maar rondjes rennen en zichzelf afbeulen? Zelfs fietsen vond ik niet leuk. Helemaal bezweet aankomen op bestemming met je haar door de war.
Nu zal ik niet gaan roepen dat ik de grootste sportliefhebber ben die er is. Dat ik opeens fanatiek ben gaan hardlopen of dat ik een ster ben in voetballen. Wel heb ik inmiddels een aantal sporten gevonden die wel goed bij mij passen en waardoor ik beweging leuk en fijn ben gaan vinden. Yoga was voor mij echt een uitkomst. Je doet zowel aan kracht, cardio en flexibiliteit, soms is het uitdagend, maar vaak is het fijn en ontspannend, terwijl je toch veel beweging krijgt en spieren traint. Daarnaast dans ik ook graag en vind ik het niet erg om te fitnessen op z'n tijd. Vooral roeien op de roeimachine vind ik tof! Dus een echte sporthater ben ik niet, ik moest gewoon nog ontdekken wat ik wel leuk vond en wat wel bij mij zou passen!
4. Dat ik na mijn studie nooit in het HR-veld zou gaan werken
Deels is dit nog steeds waar. Je zult mij niet zo snel in een allround HR rol zien treden als HR-adviseur die van allerlei thema's moet afweten, zoals verzuim, verloop, wet- en regelgeving of jubilea. Echter, ik ben mij gaan specialiseren in een vakgebied binnen HR, namelijk instroom, recruitment en arbeidsmarktcommunicatie. Als generalist aan de slag is niets voor mij, laat mij maar specialistisch bezig zijn op een thema waar ik veel van weet en waar ik echt goed in ben! Recruitment is een onderdeel van HR, omdat het om de instroom van nieuwe medewerkers gaat. Aan de andere kant is het ook wel echt een vak apart. Veel HR-professionals weten maar een beetje van recruitment af en je zou er zelfs na je HR-opleiding nog een aparte, aanvullende studie voor moeten doen om het vak echt te leren. Ik ben erachter gekomen dat dit wereldje veel beter bij mij past van HR in het algemeen. Dus ik werk toch nog steeds aan HR-thema's, maar niet zo generalistisch als waar ik voor ben opgeleid destijds.
5. Dat ik niet goed ben in netwerken en contact leggen met mensen
Op mensen afstappen vond ik altijd maar niks. Ik was bang voor een afwijzing of wist niet goed waarom mensen op mij zouden zitten te wachten. Ook in grote groepen voelde ik me vaak over het hoofd gezien, niet interessant en zat ik vaak onopvallend in een hoek. Of ik stond juist heel ongemakkelijk in het midden wanhopig te zoeken naar iemand met wie ik kon praten om maar bezig te lijken. Door de jaren heen heb ik hier wat minder problemen mee gekregen. Netwerken en me in grote groepen begeven zijn nog altijd niet mijn sterke kwaliteiten of energieboosters. Wel kan ik het tegenwoordig een stuk makkelijker contact leggen met mensen, heb ik minder moeite om mezelf in een groep te begeven en kan ik wat eenvoudiger over koetjes en kalfjes praten. Dat heb ik wel echt moeten leren, door veel te doen en die plek buiten mijn comfortzone op te zoeken. Vooral op mijn werk word ik daar steeds weer in uitgedaagd. Maar ik ben blij dat ik geen bang en ongemakkelijk kuiken meer ben dat zich verloren voelt. Ik kan er als stevige professional staan! Ook buiten mijn werk durf ik makkelijker mensen aan te spreken, bijvoorbeeld als ik iets zoek in een winkel of als ik ontevreden ben over bepaalde service. Vroeger had ik daar best veel moeite mee, maar nu heb kan ik me daar makkelijk overheen zetten.
6. Dat een goedkopere hotel prima is als je er alleen komt om te slapen
Ook daar ben ik op teruggekomen sinds ik in wat duurdere hotels slaap. Vroeger toen ik nog student was, wilde ik altijd besparen op hotelkamers. Ik vond het onzin om veel geld uit te geven voor een luxere hotelkamer, want vaak slaap je in een hotel als je heel de dag op pad bent en kom je er alleen in de avond om te slapen. Helaas heb ik genoeg budget hotels bezocht waar ik niet zo blij van werd. Bedden die keihard liggen, waardoor je net zo goed op de grond kan liggen, lakens met een vlek erin, mini badkamers waar je je kont niet kan keren, vuil in de voegen van de badkamertegels of nare geurtjes in de kamer of de rest van het hotel. Je nachtrust, comfort en mentale gesteldheid zijn ook wat waard als je een gezellig tripje ergens naartoe hebt.
Daarom boek ik (sinds ik minder op een budget zit) luxere hotels en luxere kamers om mijn uitje compleet te maken. Ja, ik heb dan misschien geen volle profijt van de kamer omdat ik ook heel de dag op pad ben, maar in de avond kan ik wel heerlijk ontspannend in een schone, ruime, comfortabele kamer met betere service dan in de budgethotels. Dat is me ook echt wat waard en daar leg ik met plezier meer geld voor neer.
7. Dat een stofzuiger een stofzuiger is
Dat is het namelijk echt niet! Toen ik nog thuis bij mijn ouders woonde, hadden we een doodnormale stofzuiger. Zo eentje met een snoer en zonder toeters en bellen als een touchscreen of verlichting. De stofzuiger maakte toch gewoon schoon? Sinds ik een stofzuiger van Dyson heb, ben ik daar wel op teruggekomen. Met mijn Dysons stofzuiger maak ik zo veel beter schoon. Ik zie onzichtbaar vuil door de belichting op de stofzuiger en stof veel beter liggen en ben ook veel flexibeler, omdat de stofzuiger draadloos is. Stofzuigen is zowaar leuk geworden, terwijl ik er vroeger echt een hekel aan had. Op het schermpje van mijn Dyson kan ik ook zien welk type vuil er is opgezogen en hoe veel vuil er in totaal in een beurt is weggehaald. Ik vind het ideaal en heb het idee dat ik nog veel gerichter kan poetsen met zo'n goede stofzuiger. En daarnaast is mijn stofzuiger goudkleurig, dat maakt het helemaal fantastisch!
8. Dat ik nooit botox of fillers zou gebruiken
Dat is alleen voor mensen die zo zwaar onzeker over zichzelf zijn en graag rondlopen met een strakke duckface. Puur natuur en authentiek zijn, dat is het allerbelangrijkste. Leer jezelf te accepteren zoals je bent. Daarvoor heb je absoluut geen botox en fillers nodig. Tenminste, dat is wat ik dacht. Tot ik dit jaar ervoor koos om bij een zeer professionele kliniek toch te kiezen voor een botox en filler behandeling. Deels vanwege cosmetische redenen, maar ook deels om medische redenen. Zonder er hier al te diep op in te duiken: ik ben onwijs blij dat ik toch heb gekozen voor botox en fillers op een bepaalde locatie in mijn gezicht. En weet je wat het leuke is? Helemaal niemand ziet aan mij dat ik iets heb laten doen. Een paar mensen in mijn omgeving weten dat ik iets heb laten doen, maar zij konden hun vinger er niet op leggen wat het precies was, toen ik het aan hen vroeg voor ik het bekend maakte.
Het was ook niet de bedoeling dat mensen het zouden zien. Het ging er vooral om dat ik mezelf beter zou gaan voelen en mezelf mooier zou gaan vinden door een relatief kleine, subtiele verandering die voor mij heel veel betekent.
9. Dat een hechte vriendengroep waardevoller is dan één goede vriend(in) hebben
Vroeger verlangde ik altijd vurig naar een leuke vrienden groep waarmee je samen activiteiten kon doen. Waar iedereen het gezellig had met elkaar en op regelmatige basis zou afspreken om de hele groep bij elkaar te krijgen. Ik kon jaloers zijn op mensen die elk jaar met hun vriendengroep op vakantie gingen, altijd wel iemand uit die groep hadden bij wie ze terecht konden en vastigheid hadden in hun vriendschap. Ik ben er de afgelopen tijd steeds meer achter gekomen dat vriendschap in groepen minder goed bij mij past en dat ik veel meer energie en voldoening haal uit diepere één op één vriendschappen. Echt even met elkaar zitten, de tijd nemen voor elkaar, net wat diepere gesprekken voeren en samen wat leuks doen. Daar hecht ik veel meer waarde aan dat wat oppervlakkig contact in een groep.
10. Dat ik nooit geld zou doneren aan een goed doel
Geld doneren vond ik altijd zonde van mijn zuur verdiende centen. Het geld dat je aan een goed doel geeft, kwam in mijn ogen toch nooit terecht bij het doel en alleen maar bij de mensen die er achter zitten die zelf er een slaatje uit willen slaan. Nog steeds ben ik geen gulle gever, maar aangezien het lot van de dieren op onze wereld me heel nauw aan het hart staat, doneer ik nu af en toe geld aan goede doelen die om dieren draaien: een crowdfunding voor een ziek dier, een oproep van de World Animal protection voor dieren in nood, collectanten aan de deur voor de plaatselijke kinderboerderij of de dierenbescherming, daar geef ik tegenwoordig wel altijd een bedrag aan. Voor andere doelen zou ik niet zo snel iets over hebben, maar als het om dieren draait, dan wil ik altijd wel iets geven in de hoop dat het bij de dieren terecht zal komen.





Reacties
Een reactie posten
Log in met je Google-account om sneller een reactie achter te laten zonder te bewijzen dat je een robot bent!